De naam van de roos, Umberto Eco

20 februari 2016

Vandaag, op 20 februari 2016, overleed Umberto Eco.  Zijn fictiedebuut, De Naam van de Roos, verscheen in 1980.  Zelf was hij toen bijna vijftig.  Voor al diegenen die nog een onafgewerkt manuscript ergens in een la hebben liggen: je moet dus geen twintig zijn om succesvol te debuteren.
In die tijd was de roman een waar fenomeen.  Werkelijk iedereen had het gelezen, en vrijwel iedereen vond het fantastisch.
Het verhaal speelt zich af aan het begin van de 14de eeuw.  In een rijke abdij in het noorden van Italië verzamelen zich in het geheim invloedrijke religieuze en politieke diplomaten.   Wanneer één van de monniken van de abdij op niet zo natuurlijke wijze aan zijn einde komt, probeert de abt het voorval in de doofpot te stoppen.  De scherpzinnige monnik William van Baskerville stelt echter een onderzoek in, in de hoop de diplomatieke missie alsnog te kunnen laten slagen.
Ik heb vaak horen zeggen dat de eerste 30 bladzijden maar erg droge kost zijn.  Ellenlange beschrijvingen waarop sommige lezers afknappen.   Erg jammer, want dit boek is allesbehalve droge kost.  Het is intelligent, intellectueel, spannend, leerrijk, tragisch en onwaarschijnlijk meeslepend.  Bovendien gaat het (naast tal van andere onderwerpen waar Eco zijn erudiete licht over laat schijnen) over uitzonderlijke bibliotheken en meer bepaald over één verdwenen boek, wat lezers aller landen natuurlijk meteen enthousiast weet te maken.
Wie dit boek nog niet gelezen heeft, heeft dus nog veel leesplezier voor de boeg.  Bijna 600 pagina’s om precies te zijn.  Het is nog steeds in druk en indien niet aanwezig in uw favoriete boekhandel, ongetwijfeld wél in de bibliotheek.  Geen excuus dus om dit boek niet te lezen.